Acute kaart bloedtransfusie


Oktober 2012
Auteur: K.M. Heitink
Erytrocyten
Trombocyten
Fresh Frozen Plasma
Indicaties voor bestraalde en virusveilige producten

Erytrocyten


Erytrocyten, standaard product
Erytrocyten, uitgebreidere compatibiliteit
Erytrocyten, plasma toegevoegd

Erytrocyten
Standaard product
Erytrocyten in bewaarvloeistof; leukocyten verwijderd; volume 270-290 ml
Indicaties
  • Beademde neonaat: Hb < 8.0 mmol/l

  • Neonaat met cardiopulmonale afwijkingen en O2 gebruik: Hb < 7.0 mmol/l

  • Overige neonaten: Hb < 6.0 mmol/l

  • Zuigelingen > 28 dagen: Hb < 4.5 mmol/l

  • Chronische anemie bij kinderen ≥ 1 jaar: < 3 mmol/l of symptomatische anemie

  • Sikkelcelziekte

    • bij anemie met cardiorespiratoire klachten of Hb < 3.0 mmol/l
    • overige indicaties: i.o.m. kinderhematoloog
  • Homozygote betathalassemie: altijd in overleg met kinderhematoloog

    • chronisch transfusiebeleid met streef Hb 5.4-6.2 mmol/l
  • Auto-immuun hemolytische anemie

    • bij Hb < 3 mmol/l of eerder bij hypoxie ondanks O2 en bedrust. NB max 5 ml/kg transfunderen, streef Hb 3-4 mmol/l
  •  Acute anemie door bloedverlies

    • gezonde kinderen met 1 bloedend locus: Hb < 4.0 mmol/l
    • gezonde kinderen met meerdere bloedende loci, bij koorts, postoperatief na open hartchirurgie, kinderen met licht of functiebeperkend onderliggend lijden: Hb < 5.0 mmol/l
    • kinderen met levensbedreigende aandoening, sepsis of ernstige longziekte: Hb < 6.0 mmol/l
Hoeveelheid
  • Neonaten: 15 ml/kg in 3 uur i.v.

  • Kinderen: 10-15 ml/kg in 3-4 uur i.v.

Bereken
gewicht
10 ml/kg
15 ml/kg

NB rond bij voorkeur af naar hele zakken:
Een pedipack bevat ongeveer 60 ml
Een normale unit ongeveer 270 ml

Denk aan
Erytrocyten
Uitgebreidere compatibiliteit
Indicaties
  • Potentieel transfusie-afhankelijke patiënten met sikkelcelanemie of thalassemie: Rh, K en Fya-compatibel bloed, indien mogelijk ook Jkb-, S- en s-negatieve erytrocyten voor patiënten die zelf negatief zijn voor deze antigenen (in volgorde van belang).
  • Autoimmuunhemolytische anemie (AIHA) en myelodysplastisch syndroom (MDS): indien mogelijk rhesusfenotype en K-compatibel bloed.
Erytrocyten
Plasma toegevoegd
Indicaties
Wisseltransfusie bij pasgeborenen
 

Trombocyten


Trombocyten
Standaard product
Indicaties
  • Neonaat < 1500 gram:
    • stabiel: < 20 x 10E9/l
    • ziek/ bloeding/ ingreep: < 50 x 10E9/l
    • voor wisseltransfusie/ tijdens extracorporele membraan oxygenatie (ECMO): < 100 x 10E9/l
  • Neonaat > 1500 gram:

    • stabiel en/of ziek: < 20 x 10E9/l
    • bloeding/ ingreep: < 50 x 10E9/l
    • voor wisseltransfusie/ tijdens ECMO: < 100 x 10E9/l
  • Neonaat met foetale/ neonatale allo-immuun trombocytopenie (FNAIT): bij bloeding of < 20 x 10E9/l, bij voorkeur Humaan Plaatjes Antigeen (HPA) compatibel

  • Neonaat van moeder met immuun gemedieerde trombocytopenie (ITP): < 20 x 10E9/l in combinatie met intraveneus immuunglobuline (IVIg)

  • Leukemiebehandeling of stamceltransplantatie:

    • stabiel: < 10 x 10E9/l
    • sepsis, hyperleukocytose, snelle daling trombocytengetal, hemostaseprobleem: < 20x10E9/l
    • bij therapeutische antistolling: <50 x 10E9/l
    • lumbaalpunctie bij blasten in perifeer bloed: < 50 x 10E9/l
    • lumbaalpunctie onder narcose zonder blasten in perifeer bloed: < 10 x 10E9/l
    • lumbaalpunctie zonder narcose zonder blasten in perifere bloed: < 50 x 10E9/l (???)
  • Ernstige aplastische anemie

    • bij infectie/ koorts/ sepsis: < 10 x 10E9/l
    • tijdens antithymocyten globuline (ATG): < 20 x 10E9/l
  • Ingrepen

    • beenmergpunctie, botbiopt, pleurapunctie, ascitespunctie, verwijderen niet getunnelde centraal veneuze lijn: nvt
    • lumbaalpunctie onder narcose zonder blasten in perifeer bloed: < 10 x 10E9/l
    • Elektromyografie (EMG), endoscopie zonder biopten, inbrengen voedingssonde: <20 x 10E9/l
    • oogheelkundige en neurochirurgische ingrepen: < 100 x 10E9/l
    • overige ingrepen: < 50 x 10E9/l
  • Bloedingen

    • ernstige bloedingen met Hb daling > 1.2 mmol/l per 24 uur: < 50 x 10E9/l
    • bloedingen in oog of centraal zenuwstelsel: < 100 x 10E9/l
  • Hemolytisch uremisch syndroom (HUS), diffuse intravasale stolling (DIS) en immuungemedieerde trombocytopenie (ITP; bij ITP plus IVIg en prednison i.v.): bij levensbedreigende bloeding; Bij DIS ook overwegen bij trombocyten < 20 x 10E9/l

Hoeveelheid
  • < 3 maanden: 1 donoreenheid (afereseproduct)

  • >3 maanden en <10 kg: afhankelijk van beschikbaarheid 1 aferese eenheid of 2.5 donoreenheid

  • 10-30 kg: 2.5 donoreenheid (gesplitste 5 donoreenheden)

  • > 30 kg: 5 donoreenheden

  • toedienen in 30 minuten i.v.
Denk aan!
Trombocyten, uitgebreider compatibel
foetale /neonatale allo-immuuntrombocytopenie (FNAIT): bij voorkeur trombocyt-specifiek antigeen (HPA) compatibele trombocyten
Trombocyten hyperconcentraat (afgeleverd in spuit)
Neonatale en pediatrische toepassing ter voorkoming van volume overbelasting.
Minor ABO incompatibiliteit, ernstige allergische reactie op plasma en volume overbelasting kunnen ook als indicatie overwogen worden.

Fresh frozen plasma


Fresh frozen plasma
Standaard product
Indicaties

Trombotische trombocytopenische purpura (TTP) en atypisch hemolytisch uremisch syndroom (HUS): bij bloedingen, bij recidiverende TTP of bij recidief HUS in transplantatienier
Bij bloedingen (of te verwachten groot bloedverlies) bij gecombineerde stollingsfactordeficiënties door:

  • verlies/verdunning met kristalloïden en/of colloïden tijdens massale transfusies of
  • plasmaferese
  • acute diffuse intravasale stolling
  • ernstige leverinsufficiëntie

Geïsoleerde deficiëntie van factor V (niet recombinant/gezuiverd beschikbaar)
Om het effect van fibrinolytica (recombinant weefsel- plasminogeen-activator (r-TPA), streptokinase en urokinase) en L- asparaginasetherapie op de stolling te niet te doen 

Hoeveelheid
Neonaten en kinderen: 10-15 ml/kg, maximaal in 3-4 uur

Denk aan
Zo nodig Parvo B19 veilig
Zo nodig IgA deficiënt plasma
 

Indicaties voor bestraalde en virus-veilige producten


Indicaties voor bestraalde producten (erytrocyten, trombocyten)

  1. Intra-uteriene transfusies, daarna tot en met 6 maanden na à terme datum
  2. Prematuren (< 1500 gram geboortegewicht) en/of zwangerschap <32 weken (t/m 6 maanden na à terme datum)
  3. Kinderen met aangeboren gecombineerde immuundeficiëntie (SCID)
  4. Verworven immuundeficiëntie zoals bij allogene stamceltransplantatie (gedurende ten minste 6 maanden na transplantatie) en autologe stamceltransplantatie (gedurende ten minste 3 maanden na reïnfusie), voor stamceltransplantatie?
  5. Na toepassing van donor lymfocyten infusie (DLI) of infusie van cytotoxische T-lymphocyten (CTL) ( tot 1 jaar na infusie )
  6. Transfusie tussen 1e tot en met 3e graads verwanten van celhoudende bloedproducten
  7. Leukemiebehandelingen, waar dit in het protocol vereist wordt
  8. Perifeer bloed stamcelaferese: vanaf mobiliserende kuur tot na afname
  9. Beenmergafname: vanaf 6 weken vóór afname tot na afname
  10. HLA-compatibele trombocytenconcentraten
  11. Gebruik van purine/pyrimidine antagonisten (b.v. Fludarabine, Pentostatine, Cladribine) tot een jaar na staken van de therapie
  12. Bij anti-T cel behandeling (ATG, anti-CD52 en andere T cel monoclonalen): vanaf de instelling van de toediening tot een half jaar na het voltooien van de behandeling
  13. Granulocytentransfusies
  14. Hodgkin’s lymfoom stadium III of IV (met beenmerginfiltratie)

Indicaties voor Parvo B19 veilige producten (erytrocyten, trombocyten, plasma)

  1.  Ongeborenen bij intra-uteriene transfusies (IUT)
  2. Prematuren (< 32 weken en/of < 1500 gram)
  3. Neonaten na intra-uteriene transfusie (IUT), gedurende 6 maanden na de à terme datum
  4. Zwangeren (alleen bij transfusie tijdens de zwangerschap)
  5. Patiënten met aangeboren dan wel verworven hemolytische anemie, bij wie geen antistoffen tegen Parvo B19 aantoonbaar zijn.
  6. Patiënten met een cellulaire immuun deficiëntie, bij wie geen antistoffen tegen Parvo B19 aantoonbaar zijn 

Indicatie voor gewassen cellulaire producten en IgA deficiënt plasma (erytrocyten, trombocyten en plasma)

  1. Patiënten met IgA deficiëntie
  2. Patiënten met ernstige reactie tegen plasma-eiwitten in het verleden 

Indicaties voor CMV negatieve producten (erytrocyten)

  1. Intra-uteriene transfusies
  2. Overwegen bij prematuren < 32 weken of < 1500 gram

Bron: CBO consensus 2011 Bloedtransfusie

 
Laatste wijziging: 16 Apr 2013 - 11:08